Skip to content

Voor coaches: 14 dagen gratis, elke maand opzegbaar

Zelf trainen: je eigen schema, elke maand opzegbaar

De ACSM-richtlijnen voor krachttraining, praktisch uitgelegd

De kern van de ACSM position stand over krachttraining: train elke grote spiergroep minstens twee keer per week, houd ongeveer tien sets per spiergroep per week aan voor spiergroei en train dicht genoeg bij spierfalen. De belasting doet minder ter zake dan lang werd aangenomen, want alles tussen ongeveer 30 en 100 procent van het eenherhalingsmaximum geeft vergelijkbare hypertrofie, zolang de set dicht bij falen eindigt. De rust hangt af van het doel: 2 tot 5 minuten voor maximale kracht, 30 tot 90 seconden voor spiergroei.

Geen medisch advies. Dit is algemene programmeerbegeleiding voor trainers. Het vervangt geen toestemming van een arts of kinesitherapeut, en elke oefening die pijn veroorzaakt moet worden gestopt. Volledige vermelding.

Het American College of Sports Medicine publiceert position stands die tot de meest geraadpleegde referenties in de trainingstheorie behoren. De position stand van 2026 over krachttraining is gebaseerd op 137 systematische reviews met samen meer dan 30.000 deelnemers. Toch circuleren in de praktijk veel vereenvoudigingen die niet standhouden. Hieronder staat wat er echt in staat en wat dat betekent op de trainingsvloer.

Frequentie: minstens twee keer per week per spiergroep

De duidelijkste en best onderbouwde aanbeveling is de frequentie: train elke grote spiergroep minstens twee keer per week. Dat is geen suggestie, maar de kernboodschap die het vaakst terugkomt.

In de praktijk bepaalt die regel je splitsing. Met drie fullbodysessies per week komt elke spiergroep automatisch drie keer aan bod. Bij vier sessies werkt een upper/lower-splitsing, want elke helft komt dan twee keer rond. Bij vijf sessies schiet een zuivere push-, pull- en legs-rotatie tekort, omdat de benen dan maar één keer aan bod zouden komen. Een gemengde splitsing past dan beter.

Belasting: minder kritisch dan lang gedacht

Voor spiergroei stelt de position stand dat belastingen tussen ongeveer 30 en 100 procent van het eenherhalingsmaximum vergelijkbare resultaten geven, zolang de set dicht bij spierfalen wordt uitgevoerd. Twee tot drie herhalingen in reserve leveren evenveel op als tot falen gaan, met minder vermoeidheid en minder blessurerisico.

Dat is de belangrijkste praktische nuance: de inspanningsintensiteit weegt zwaarder dan het exacte gewicht op de stang. Voor een klant met beperkt materiaal is dat goed nieuws, want meer herhalingen met lichtere weerstand werken, op voorwaarde dat de training dicht genoeg bij falen komt.

Voor maximale kracht ligt het anders. Daar blijft een zwaardere belasting rond 80 procent van het eenherhalingsmaximum de aanbeveling, omdat je ook de neurologische kant traint.

Volume: ongeveer tien sets per spiergroep per week

Als referentiewaarde voor spiergroei wordt ongeveer tien sets per spiergroep per week genoemd. Dat is een oriëntatiepunt, geen absolute drempel. Meer volume kan bij gevorderde trainenden iets toevoegen, maar met afnemende meeropbrengst en stijgende herstelkost.

Tel dat volume over de hele week, niet per sessie. Drie sets borst verdeeld over drie verschillende sessies tellen even zwaar mee als negen sets in één sessie, en de meeste klanten verwerken het beter.

Rust hangt af van het doel

De rusttijden verschillen duidelijk per doel. Voor maximale kracht op samengestelde oefeningen is twee tot vijf minuten tussen de sets de gangbare aanbeveling, zodat het zenuwstelsel en de energievoorraden voldoende herstellen.

Voor spiergroei zijn 30 tot 90 seconden gebruikelijk, en voor spieruithoudingsvermogen met meer dan twaalf herhalingen 30 seconden of minder. Dat verschil is groter dan veel schema's in de praktijk tonen.

Materiaal doet minder ter zake dan consistentie

Een expliciete bevinding in de position stand van 2026: weerstandsbanden, lichaamsgewichtoefeningen en routines thuis leveren duidelijke resultaten op. Een volledig uitgeruste sportschool is geen voorwaarde voor vooruitgang.

Voor personal trainers die naar klanten toe reizen is dat een belangrijk argument. Het schema van een klant die thuis traint met dumbbells en een weerstandsband hoeft geen tweederangsschema te zijn, op voorwaarde dat frequentie, volume en nabijheid van falen kloppen.

Opwarming en cooling-down

In de ACSM-literatuur worden consequent een aparte opwarming en cooling-down aanbevolen, met statische rekoefeningen die 10 tot 30 seconden worden aangehouden. Statisch rekken hoort thuis in de cooling-down en niet vlak voor zwaar krachtwerk.

Een gangbare praktische verdeling is ongeveer acht minuten opwarming en vijf minuten cooling-down binnen een sessie van 50 tot 60 minuten.

Bronnen

  1. ACSM position stands on resistance training (American College of Sports Medicine)
  2. ACSM position stand: Progression models in resistance training for healthy adults (Medicine & Science in Sports & Exercise, 2009)

Kort samengevat

De kern van de ACSM-richtlijnen: elke spiergroep minstens twee keer per week, train dicht genoeg bij falen, ongeveer tien sets per spiergroep per week, stem de rust af op het doel en onthoud dat consistentie zwaarder weegt dan materiaal.

Schema's maken zonder het handwerk?

RungGym stelt een compleet blok van 3 tot 6 weken samen dat past bij het doel, het niveau, de blessures en het materiaal van je klant, en exporteert het als pdf.